Het verhaal van de heer Van de Haar

Het verhaal van de heer Van de Haar

De heer Van de Haar heeft zijn vaste plek voor het raam. Vanuit de gezellige woonkamer in zorglocatie Groenewoude kijkt de voormalige huisschilder over de gemeenschappelijke tuin. Terwijl hij zijn gedachten laat gaan over zijn 98-jarige leven, glimlacht hij bescheiden. ‘Geen van mijn zeven broers hebben deze leeftijd mogen halen.’

Samen met zijn vrouw woont hij nu een jaar in de zorglocatie in Woudenberg. ‘Het is nog best even wennen’, geeft hij eerlijk toe. Al was het alleen maar omdat ze zo lang in het nabijgelegen Scherpenzeel hebben gewoond, waar ze het liefst voor altijd waren gebleven. Maar dat ging nu eenmaal niet.

Even eruit
Bijna elke middag en avond eten zij nu in het gemeenschappelijke restaurant. Het is er gezellig en bovendien is de heer Van de Haar er op die manier “even uit”, want veel bewegen lukt niet. ‘De benen willen niet meer, zo lijkt het.’ Maar de tijd gaat evengoed snel voorbij. ‘Met mijn vrouw kan ik het nog steeds heel goed vinden’, glundert hij.

‘‘Elke avond kijk ik met mijn vrouw naar het nieuws'’

Leven in het nu
Wanneer zij niet samen herinneringen ophalen, leest hij in de Bijbel of in De Wachttoren. In de oorlogsjaren - die hij als gevolg van verzetsactiviteiten grotendeels doorbracht in concentra- tiekampen en gevangenissen in Duitsland - liet hij zich dopen als Jehova’s Getuige. Hij kan veel vertellen over die moeilijke jaren, maar hij vindt het belangrijk om niet al teveel aan vroeger te denken. Hij kijkt dan ook iedere avond met zijn vrouw naar het nieuws. Elke woensdag komen de kinderen. Soms gaan ze een stukje rijden. Het liefst bezoeken ze dan de plekjes van vroeger: ‘Dat maakt nog steeds heel veel los’, bekent hij. Om daarna weer terug te keren naar zijn plek voor het raam in de gezellige huiskamer.

Bron: Voor elkaar, met Charim (okt 2018)
Auteur: Pieter de Leeuw/ Fotograaf: Lode Greven